1: Balgewenning (50')
Leesdoel:
De kinderen doen hun eerste ervaringen op met volleybal.
Benodigd materiaal:
- Volleyballen
Opwarming (~10')
“Begroeten met een bal”
- Elk kind krijgt een lichte bal (bijvoorbeeld softbal of volleybal).
- De kinderen bewegen zich vrij door de zaal en stuiteren de bal losjes met één hand.
- Als je een ander kind tegenkomt, begroet elkaar dan met je rechterhand. Houd daarbij indien mogelijk contact met de bal.
- Muziek kan ter ondersteuning worden gebruikt.
- varianten:
- Bij het slaan, draai met een gehoekte arm
- Voetcontact in plaats van handen schudden
- Balwisseling tijdens de vergadering
Kern 1 (~10')
Individueel werk
- De kinderen bewegen zich vrij door de zaal op muziek, de leerkracht geeft opdrachten:
- Gooi de bal omhoog en vang hem
- Gooi de bal omhoog, klap in je handen, vang hem op
- Draai de bal rond de heupen
- Stuiter met één hand (rechts en links)
- Stuiter met beide handen
- Gooi de bal tegen de muur en vang hem op
- Tik met je dijbeen of hoofd op de bal
- Integreer de eigen ideeën van kinderen
Mini-reflectie en techniekinstructie (2–3 minuten)
“Hoe vang ik een bal bij volleybal?”
- De leraar laat de driehoekige positie van de vingers zien:
- Wijsvinger en duim vormen een open driehoek (“mandje”)
- Handen boven voorhoofdhoogte, ellebogen licht gebogen
- Alle kinderen oefenen de houding kort in de lucht.
- Tip: “Zo vang je de ballen in het volgende spel.”
Kern 2 (~10')
Partnerwerk
- De kinderen vormen teams van twee en doen de volgende oefeningen:
- Rol de bal met beide handen naar je partner
- Gooi de bal met beide handen (boven voorhoofdhoogte) naar je partner – de partner vangt hem in de “driehoek”
- Gooi en vang de bal met een bouncer
- Partner staat met zijn rug naar de werper, draait zich na het signaal om en vangt
- Partner gooit met één hand en vangt in de mand
Afsluiting (~10')
“Steeds dichterbij”
- Alle kinderen laten de bal vrij op het veld stuiteren en mogen hierbij niemand aanraken.
- De leraar verkleint geleidelijk het speelveld.
- Bij aanraking: Het kind rent één keer met de bal rond het veld en mag daarna weer spelen.
- Doel: zo lang mogelijk zonder botsingen blijven.
- Variaties: Verander de bewegingsvorm of hand
Reflectie in een zitkring
- Duimvraag:
- “Hoe goed kun jij de bal controleren?”
- “Kon je de bal goed vangen in de driehoek?”
- Tips verzamelen
