Les 2 – Opstellingsvormen (100’)
Lesdoel:
De leerlingen proberen verschillende opstellingsvormen uit en beginnen op basis daarvan met het ontwikkelen van een groepschoreografie.
Benodigd materiaal:
- Klassenset hoepels*
- Uitgeprinte bestanden
- Muziek
*Als er niet genoeg hoelahoeps beschikbaar zijn, kunnen springtouwen in cirkels worden gelegd en/of oude fietswielen worden gebruikt.
Muziek
Gummitwist
19 Video's
Activatie (~10’)
Stoelendans met hoepels:
- Er ligt één hoepel minder dan er actieve leerlingen zijn.
- De docent houdt een extra hoepel in de hand.
- Leerlingen lopen met hun springkaart door de zaal op muziek.
- Op fluitsignaal zoekt iedereen zo snel mogelijk een hoepel.
- Degene zonder hoepel krijgt de hoepel van de docent en oefent de basissprong.
- Alternatief: andere opdracht voor die leerling geven.
- Daarna weer muziek en nieuw fluitsignaal → de docent pakt een andere hoepel.
- 4–5 rondes.
Input (~5')
Transparantie van het verloop
Uitleg van de uitwerkingsfase via de checkpoint:
- Individueel: herhaling basissprong
- Partnerwerk: basissprong met z’n tweeën (leerritmeduo)
- Groepswerk: basissprong met vieren (leerritmeduo)
Uitwerking (~20’)
Reflectie (~5’)
Bespreek:
- Hoe hebben jullie afspraken gemaakt binnen de groep om synchroon te springen?
(bijv. tellen, “Hepp” roepen, …) - Welke opstellingsvormen hebben jullie gekozen?
Voorbeelden: naast elkaar, als piramide, in een vierkant, face to face…
Groepsindeling (~5’)
Afhankelijk van de klas. Mogelijkheden:
- Leerlingen vormen zelf 3–5-tallen.
- Docent deelt groepen in.
- Willekeurige of “quasi-willekeurige” groepen.
- 4-tallen vanuit het leerritmeduo nemen.
Verkenning (~15’)
Opstellingsvormen oefenen:
- Leerlingen krijgen het werkblad met opstellingsvormen.
- Basissprong uitproberen in deze vormen.
- Favoriet kiezen (of eigen vorm bedenken).
Twee werkwijzen:
- Groepen starten zodra ze hun vorm gekozen hebben → individueel tempo.
- Alle groepen oefenen 5–10 minuten → daarna gezamenlijk overgang naar de uitwerkingsfase.
Belangrijk: tijdens de choreografie mogen vormen wisselen.
Uitwerking (~15’)
- Docent legt groepskaart en choreografiecriteria uit (aangepast aan leeftijd).
Mogelijke criteria: moeilijkheidsgraad, expressie, bewegingskwaliteit (spanning), muziekinterpretatie. - Groepen werken verder aan hun choreografie.
- Bij problemen → checkpoint gebruiken of voorbeelden van sprongen geven.
Reflectie (~5’)
Mogelijke punten:
- Samenwerking en storingen
- Bespreken van eigen ideeën
- Optioneel: eerste groepen presenteren vrijwillig hun tussenstand.
- Groepskaarten verzamelen en volgende les weer uitdelen.

