Les 1 – Basissprong (50’)

Lesdoel:

De leerlingen leren de basissprong individueel en oefenen het synchroon springen met een partner.

Benodigd materiaal:

*Als er niet genoeg hoelahoeps beschikbaar zijn, kunnen springtouwen in cirkels worden neergelegd en/of oude fietswielen worden gebruikt.

Muziek
  • Evenveel hoepels als leerlingen liggen verspreid in de zaal.
  • Leerlingen lopen door de zaal.
  • Zodra de muziek aangaat, gaat elke leerling naar een hoepel en doet sprongen naar keuze in en rond de hoepel.
  • Enkele keren herhalen.

  • Checkpoint-bladen ophangen en korte gespreksfase inlassen.
  • Bespreken hoe de leerlingen in de activatie gesprongen zijn.
  • Enkele leerlingen hun sprongen laten voordoen.
  • Verschillende mogelijkheden benadrukken (vooruit, achteruit, zijwaarts, draaien, op één been, enz.).

 

Transparantie voor de lessenreeks:

  • Groepschoreografie maken.
  • Ongeveer 4 leerlingen vormen een groep en springen samen op muziek.
  • Voordat groepen worden ingedeeld, leren eerst alle leerlingen de basissprong, die het begin van elke choreografie vormt.
  • Uitleg van de uitwerkingsfase en verduidelijking van het begrip synchron.

Stap-voor-stap:

  1. Basissprong individueel oefenen totdat deze uit het hoofd, zonder kaart, uitgevoerd kan worden. (Schets 1)
  2. Wie de basissprong beheerst, gaat naar de checkpoint en springt deze kort voor → controle door docent of inactieve leerling. Afhankelijk van de klasgroep kan ook een leerling de controle uitvoeren.
  3. Vervolgens volgens het principe van het leerritmeduo: de basissprong met z’n tweeën synchroon oefenen. (Schets 2)
  4. Snelle duo’s kunnen eigen sprongideeën toevoegen aan de basissprong of de basissprong 2x direct achter elkaar uitvoeren – mits de sprongen synchroon blijven. Synchroniteit heeft voorrang.
    → Eventueel twee duo’s samenvoegen tot een viertal en samen springen.

Mogelijke reflectiepunten:

  • Hoe inspannend is het voortdurende springen?
  • Welke afspraken in duo’s hebben geholpen om synchroon te springen?
  • Eventuele disciplinaire problemen bespreken.

 

Vooruitblik: Volgende les worden de groepen gevormd en beginnen de leerlingen een choreografie te maken.
Alternatief: Groepsindeling (4–5 leerlingen) baseren op de duo’s die tijdens het leerritmeduo zijn ontstaan.

  • Als afsluiting kan de basissprong met de hele klas tegelijk worden uitgevoerd.
  • Alternatief: alleen met de leerlingen die zich vrijwillig aanmelden.
  • Dit kan de motivatie verhogen voor de volgende lessen om een choreografie te ontwikkelen.

Mijn account