Les 1 – Basissprong (50’)
Lesdoel:
De leerlingen leren de basissprong individueel en oefenen het synchroon springen met een partner.
Benodigd materiaal:
- Klassenset hoepels*
- Uitgeprinte bestanden
- Checkpoint-bladen
- Muziek
*Als er niet genoeg hoelahoeps beschikbaar zijn, kunnen springtouwen in cirkels worden neergelegd en/of oude fietswielen worden gebruikt.
Muziek
Gummitwist
19 Video's
Activatie (~10’)
Input (~5')
- Checkpoint-bladen ophangen en korte gespreksfase inlassen.
- Bespreken hoe de leerlingen in de activatie gesprongen zijn.
- Enkele leerlingen hun sprongen laten voordoen.
- Verschillende mogelijkheden benadrukken (vooruit, achteruit, zijwaarts, draaien, op één been, enz.).
Â
Transparantie voor de lessenreeks:
- Groepschoreografie maken.
- Ongeveer 4 leerlingen vormen een groep en springen samen op muziek.
- Voordat groepen worden ingedeeld, leren eerst alle leerlingen de basissprong, die het begin van elke choreografie vormt.
- Uitleg van de uitwerkingsfase en verduidelijking van het begrip synchron.
Uitwerking (~15’)
Stap-voor-stap:
- Basissprong individueel oefenen totdat deze uit het hoofd, zonder kaart, uitgevoerd kan worden. (Schets 1)
- Wie de basissprong beheerst, gaat naar de checkpoint en springt deze kort voor → controle door docent of inactieve leerling. Afhankelijk van de klasgroep kan ook een leerling de controle uitvoeren.
- Vervolgens volgens het principe van het leerritmeduo: de basissprong met z’n tweeën synchroon oefenen. (Schets 2)
- Snelle duo’s kunnen eigen sprongideeën toevoegen aan de basissprong of de basissprong 2x direct achter elkaar uitvoeren – mits de sprongen synchroon blijven. Synchroniteit heeft voorrang.
→ Eventueel twee duo’s samenvoegen tot een viertal en samen springen.
Reflectie (~5’)
Mogelijke reflectiepunten:
- Hoe inspannend is het voortdurende springen?
- Welke afspraken in duo’s hebben geholpen om synchroon te springen?
- Eventuele disciplinaire problemen bespreken.
Â
Vooruitblik: Volgende les worden de groepen gevormd en beginnen de leerlingen een choreografie te maken.
Alternatief: Groepsindeling (4–5 leerlingen) baseren op de duo’s die tijdens het leerritmeduo zijn ontstaan.
Reserve (~10’)
- Als afsluiting kan de basissprong met de hele klas tegelijk worden uitgevoerd.
- Alternatief: alleen met de leerlingen die zich vrijwillig aanmelden.
- Dit kan de motivatie verhogen voor de volgende lessen om een choreografie te ontwikkelen.


